Uren, dagen, maanden, jaren, Vliegen als een schaduw heen. Ach wij vinden waar wij staren, Niets bestendigs hier beneên ! Op den weg, dien wij betreden, Staat geen voetstap, die beklijft. Al het heden wordt verleden, Schoon 't ons toegerekend blijft. Wat de toekomst brenge moge Op U mijn Heiland blijf ik hopen PSALM 46 God is een toevlucht voor de Zijnen, Hun sterkt', als zij door droefheid kwijnen; Zij werden steeds Zijn hulp gewaar, In zielsbenauwdheid, in gevaar; Dies zal geen vrees ons doen bezwijken, Schoon d' aard' uit hare plaats mocht wijken, Schoon 't hoogst gebergt', uit zijne stee, Verzet wierd in het hart der zee. Vers 6: De Heer', de God der legerscharen, Is met ons, hoedt ons in gevaren; De Heer', de God van Jakobs zaad, Is ons een burg, een toeverlaat. Groot is uw trouw oh Heer Oh Heiland open wijdt de poort < In Goede machten trouw e...