Doorgaan naar hoofdcontent

Muziek voor Reformatiezondag - oefenmuziek

 

Inzingen

 

O God, die droeg ons voorgeslacht,  Liedboek 2013 90a Liedboek voor de kerken Gezang 397 Op Toonhoogte 2015 205 Weerklank 353 Zangbundel Joh de Heer 333

 

1 O God, die droeg ons voorgeslacht

in nacht en stormgebruis,

bewijs ook ons Uw trouw en macht

wees eeuwig ons tehuis.

 

3 En duizend jaar gaan als de dag

van gist'ren voor U heen,

een schaduw, een gedachte vaag,

een nachtwaak, die verdween.

 

4 O God, die droeg ons voorgeslacht

in tegenspoed en kruis,

wees ons een Gids in storm en nacht

en eeuwig ons Tehuis.

 


 

 

Vlammen zijn er vele, één is het licht, Lied 970 1,2 en 5

Vlammen zijn er vele, één is het licht,

licht van Jezus Christus,

vlammen zijn er vele, één is het licht,

wij zijn één in Christus.

 

Ranken zijn er vele, één is de stam,

wijnstok van het leven,

ranken zijn er vele, één is de stam,

wij zijn één in Christus.

Leden zijn er vele, één is Zijn kerk,

wij zijn Christus’ lichaam,

leden zijn er vele, één is Zijn kerk,

wij zijn één in Christus

 


 

 

WELKOM - Wytzia

 

WAAROM WAS LUTHER ZO BELANGRIJK? – Wytzia

 

Veel protestanten kijken niet naar de periode tussen dat Johannes Openbaringen schreef en de tijd van de Reformatie. Die Reformatie begon toch met een monnik die stellingen op een kerkdeur spijkerde? Die tegen aflaten was?

Maar ook tijdens de Vroege kerk en in de Middeleeuwen gebeurde er van alles bij de ontwikkeling van de kerk. Denk aan de geloofsbelijdenissen, Concilie van Nicea, Augustinus, het samenstellen van de canon van de Bijbel, de kerstening van West Europa enzo verder. Ook tijdens die Middeleeuwen had je al mensen die hervormingen in de kerk voorstelden. Denk aan Franciscus zijn ideeën over bedelmonniken of Jan Hus. Die mensen werden of heilig verklaard of geëxecuteerd. Waarom? In de Middeleeuwen had niet de Bijbel het hoogste gezag maar de paus en sommige pausen zagen zich meer als een (kerk)vorst. Ze waren de baas in grote delen van Europa en hadden het religieus hoogste gezag, Deed een koning of keizer iets wat hen niet aanstond dan werd die geëxcommuniceerd en mocht niet meer in de kerk komen, geen sacramenten krijgen en ging naar de hel.

In die tijd lazen de geestelijken de Bijbel in de Latijnse vertaling van het Griekse origineel en zij legden dan wel aan de mensen uit wat de bedoeling was. Ook Maarten Luther was een geestelijke.

In de late Middeleeuwen was mede dankzij de moslims de kennis van de Griekse wijsgeren weer naar Europa gekomen. Aristoteles had in de Oudheid betoogd dat mensen moesten streven naar excellentie. Deze filosofie kwam ook de theologie binnen. Het wordt met een moeilijk woord de scholastiek genoemd ( zie het woord school in). Maar als je dan uitmuntend moest zijn hoe kon je dat dan doen? Volgens de tekst van de Vulgaat, de Bijbel in het Latijn, moest je gerechtvaardigd zijn. Dus super goed. Maar de mensen beseften dat ze altijd wel wat fout deden. Kwam je dan in de hel? Mensen werden vreselijk bang. De theologen kwamen met het idee van het Vagevuur. Je moest een tijdje straf uitzitten en dan mocht je toch naar de hemel. En aks mensen dan voor je baden of missen lieten lezen dan werd die tijd ingekort. En als je relieken had ook. Een botje van de vinger van een heilige. Je kon in Rome bij wijze van boetedoening op je knieën een trap beklimmen en dan waren je zonden vergeven. Of je kocht een aflaat.

In 1516 publiceerde Erasmus de eerste gedrukte editie van het Nieuwe Testament in het Grieks, samen met een nieuwe eigen Latijnse vertaling waarmee hij de fouten uit de officiële Latijnse Vulgaat van de kerk probeerde te verbeteren.

Maarten Luther werd in 1483 geboren. Eerst zou hij jurist worden maar wordt dan priester. In 1508 gaat hij doceren aan de Universiteit van Wittemberg. Hij was dus niet zomaar een dorpspriester. Op 31 oktober 1517 schreef Luther een brief aan aartsbisschop Albrecht van Brandenburg van Maagdenburg en Mainz. Daarin stelde hij de aflaatverkoop van Johann Tetzel, een dominicanenpriester, aan de kaak. Bij die brief voegde hij 95 academische stellingen rond dit onderwerp, die hij met zijn collega-theologen wilde bediscussiëren. Deze stellingen werden waarschijnlijk ook apart gedrukt en uitgehangen aan de poort van de kerk(en) van Wittenberg, een standaardprocedure om een academisch debat aan te kondigen.[3] Dit werd later - pas na Luthers overlijden - tot de legende dat Luther op 31 oktober zelf de 95 stellingen aan de deur van de slotkapel te Wittenberg had vastgenageld.

Dit werd gezien als een enorme inbreuk op het gezag van de paus. Maar niet die aanval op aflaten an sich maar juist zijn afwijkende leer over het kunnen verdienen van de hemel maakt eigenlijk Luther en het protestantisme zo anders. Hij ontdekte door de vertaling van Erasmus dat in de Vulgaat een vertaalfout stond. Je kon en hoefde de hemel niet te verdienen. Het evangelie is de ware schat van de Kerk. Deze stelling, uit de 95 stellingen van 1517, is fundamenteel voor het inzicht in de theologie van Luther. In de middeleeuwen werd de vraag naar het rechtvaardig zijn voor God (vrijspraak van zonden) ook als deel van de christelijke verzoeningsleer gesteld. De rooms-katholieke leer ging ervan uit dat het rechtvaardig zijn voor God deels tot stand gebracht kon worden door het in verrichten van goede werken. Goede werken leveren daarmee een bijdrage aan het heil, het behoud. Door slechte werken (zonden) kon men – zo was de klassieke katholieke opvatting – de heiligmakende genade Gods verliezen. Door bestudering van de Romeinenbrief kwam Luther tot de opvatting dat rechtvaardiging een vrije gave Gods is die God bewijst aan goddeloze zondige mensen. Deze rechtvaardiging is verworven door Christus. De goddeloze krijgt deel aan de verworven gerechtigheid van Christus door het geloof (Romeinen 1:16,17). Het geloof verenigt met Christus en plaatst daarom de goddeloze weer in de juiste verhouding met God. De zonden worden niet door oprecht berouw (en/of de Biecht) vergeven, maar door het geloof "bedekt". Deze opvatting is fundamenteel geweest in het leven van Luther. Het doortrekt ook zijn hele theologie.Luther heeft de rechtvaardiging van de goddeloze weer voluit in het middelpunt van de theologie en de prediking geplaatst. Hij dacht hiermee precies in het voetspoor van de vroege Kerk te treden, vooral Augustinus, die eveneens de waarde van goede werken verminderde in het licht van Gods ontfermende genade. Calvijn heeft de rechtvaardiging van de goddeloze verder doordacht en uitgewerkt in zijn Institutie of onderwijzing in de christelijke religie. Calvijn wordt soms wel Luthers meest systematische leerling genoemd. De centrale gedachten van Luther komen ook weer terug in de theologie van Calvijn, hoewel er op bepaalde punten, zoals de viering van het Avondmaal, verschillen bestonden.

Maarten Luther gebruikte de Griekse editie van het Nieuwe Testament van Desiderius Erasmus (uitgegeven in 1516) als directe grondtekst voor zijn eigen Duitse bijbelvertaling. En die konden mensen zelf lezen en er zelf een mening over hebben. Zij hadden niet de “vertaling” van een priester meer nodig.

Luther heeft heel veel kerkliederen geschreven omdat je zo makkelijk de Bijbel kan onthouden. We gaan er vandaag een aantal zingen en wat andere liederen die er goed bij passen. En de dominee gaat er een voordracht over houden.

Gebed – ds Van Den Top

 

Psalm 46 1773  vers 1

 

God is een toevlucht voor de Zijnen,

Hun sterkt', als zij door droefheid kwijnen;

Zij werden steeds Zijn hulp gewaar,

In zielsbenauwdheid, in gevaar;

Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,

Schoon d' aard' uit hare plaats mocht wijken;

Schoon 't hoogst gebergt', uit zijne steê,

Verzet wierd in het hart der zee.

 

Vers 6

De HEER, de God der legerscharen,

Is met ons, hoedt ons in gevaren;

De HEER, de God van Jacobs zaad,

Is ons een burcht, een toeverlaat.

 

 

 

 


 

Lutherlied : een vaste burcht is onze God, Weerklank 233 Opwekkingsliederen 370 Zangbundel Joh de Heer 413

 

1 Een vaste Burcht is onze God,

een Toevlucht voor de Zijnen!

Al drukt het leed, al dreigt het lot,

Hij doet Zijn hulp verschijnen!

De vijand rukt vast aan

met opgestoken vaan;

hij draagt zijn rusting nog

van gruwel en bedrog,

maar zal als kaf verdwijnen!

 

2 Geen aardse macht begeren wij,

die gaat welras verloren.

Ons staat de sterke Held ter zij,

die God ons heeft verkoren.

Vraagt gij Zijn naam? Zo weet,

dat Hij de Christus heet,

Gods eengeboren Zoon,

verwinnaar van de troon:

de zeeg' is ons beschoren!

 

 


 

 

Gesxhreven door Luther melodie

 

1 Uit diepe nood roep ik tot U: 130 c NLB (Aus Tiefer Not EG 299)

1 Uit diepe nood roep ik tot U:

Heer', neig U tot mijn bede.

wees mij genadig, luister nu

en leid mij tot Uw vrede.

Indien Gij in het oordeel brengt

de schuld, de zonde die U krenkt,

wie kan dan tot U treden?

 

2 Ik zal op mijn gerechtigheid

mijn eigen werk, niet bouwen,

maar op Gods goedertierenheid,

Zijn vriend'lijkheid, vertrouwen.

Die heeft Hij in Zijn Woord beloofd:

Zijn Woord, mijn schat die niemand rooft,

mijn steun en mijn betrouwen.

 

3 Hoe groot de zonde is geweest,

nog groter Gods genade:

opdat Hij altijd wordt gevreesd

Hij leidt ons op Zijn paden.

De God van Israel bevrijdt

van alle ongerechtigheid

en voert ons tot Zijn vrede.

 

 


Bewaar ons, Here, bij uw woord, gezang 310 Liedboek van kerken

 

1. Bewaar ons, Here, bij uw woord,

betoom des vijands roof en moord.

Hij trok ten strijde om uw Zoon

te stoten van uw hoge troon.

2. Heer Jezus Christus, toon uw macht,

Heer aller heren, kom met kracht.

Bescherm uw arme christenheid,

dat zij U love te allen tijd.

3. O Geest, die onze Trooster zijt,

geef dat uw volk één Heer belijdt,

wees bij ons in de laatste nood,

leid ons ten leven uit de dood.

 


 

 

Vaste rots van mijn behoud, Zangbundel van Joh. de Heer (nr. 283)

 

1 Vaste rots van mijn behoud,

als de zonde mij benauwt,

laat mij steunen op Uw trouw,

laat mij rusten in Uw schauw,

waar het bloed door U gestort,

mij de bron des levens wordt.

 

2 Jezus, niet mijn eigen kracht,

niet het werk door mij volbracht,

niet het offer, dat ik breng,

niet de tranen, die ik pleng,

schoon ik ganse nachten ween,

kunnen redden, U alleen.

 

3 Zie, ik breng voor mijn behoud

U geen wierook, mirre of goud;

moede kom ik, arm en naakt,

tot de God, die zalig maakt,

die de arme kleedt en voedt,

die de zondaar leven doet.

 


 

 

Door Uw genade, Vader Opwekking en Johannes de Heer , Ellie en Rikkert Opwekkingsliederen 369 Zangbundel Joh de Heer 996

 

Door Uw genade, Vader,

mogen wij hier binnengaan.

Niet door rechtvaardige daden,

maar door het bloed van het Lam.

U roept ons in Uw nabijheid

en dankzij Uw Zoon.

Dankzij het bloed dat ons vrijpleit,

komen wij voor Uw troon.

Nooit konden wij zonder zonde

voor u staan.

Maar in Uw Zoon zijn wij schoon.

Door het bloed van het Lam.

Door Uw genade, Vader,

Mogen wij het binnengaan.

Niet door rechtvaardige daden,

Maar door het bloed van het Lam.

 


 

'Genade, zo oneindig groot' / Amazing grace Opwekkingsliederen 428

 

1. Amazing grace! how sweet the sound

That saved a wretch like me!

I once was lost, but now am found,

Was blind, but now I see.

 

2. ’Twas grace that taught my heart to fear,

And grace my fears relieved.

How precious did that grace appear

The hour I first believed!

 

Genade, zo oneindig groot

dat ik, die 't niet verdien,

het leven vond, want ik was dood

en blind, maar nu kan 'k zien.

 

Genade die mij heeft geleerd

te vrezen voor het kwaad.

Maar ook – als ik mij tot Hem keer –

dat God mij nooit verlaat.

 

Want Jezus droeg mijn zondelast

en tranen aan het kruis.

Hij houdt mij door genade vast

en brengt mij veilig thuis.

 

Als ik daar in zijn heerlijkheid

mag stralen als de zon,

dan prijs ik Hem in eeuwigheid

dat ik genade vond.

 


 

 

Groot is Uw trouw, o Heer', mijn God en Vader, NLB 885

 

1 Groot is Uw trouw, o Heer', mijn God en Vader,

nooit is er teken van omkeer bij U.

U blijft dezelfde, zo vol van ontferming,

zoals U altijd was, bent U ook nu.

Groot is Uw trouw, o Heer',

groot is Uw trouw o Heer',

iedere morgen is nieuw Uw gena;

al wat ik nodig had, hebt U gegeven.

Groot is Uw trouw, o Heer', waar ik ook ga.

 

2 Zomer en winter en lente en oogsttijd,

zon, maan en sterren zo vast in hun baan,

ja heel de schepping getuigt van Uw trouw, Heer',

doet ons Uw goedheid en liefde verstaan.

Groot is Uw trouw, o Heer',

groot is Uw trouw o Heer',

iedere morgen is nieuw Uw gena;

al wat ik nodig had, hebt U gegeven.

Groot is Uw trouw, o Heer', waar ik ook ga.

 

3 Blijvende vrede, vergeving van zonden

en Uw nabijheid die moed geeft en leidt;

kracht voor vandaag en verwachting voor morgen,

duizende gaven hebt U mij bereid.

Groot is Uw trouw, o Heer',

groot is Uw trouw o Heer',

iedere morgen is nieuw Uw gena;

al wat ik nodig had, hebt U gegeven.

Groot is Uw trouw, o Heer', waar ik ook ga.

 


 

 

HET GEBED DES HEEREN in de bewerking van Luther Weerklank 297 Zangbundel Joh de Heer 545

 

1

O allerhoogste Majesteit,

Die in het rijk der heerlijkheid

de heem’len hebt tot Uwen troon,

wij roepen U, in Uwen Zoon,

Die voor ons heeft genoeggedaan,

als onzen Vader need’rig aan.

 

2

Geheiligd word’ Uw naam; ai, geef,

dat elk, waar hij op aarde leev’,

dien Vadernaam erkennen moog’.

Uw deugden roeme hemelhoog;

dat elk, als kind aan U gelijk’,

en in zijn doen Uw beelt’nis blijk’.

 

3

Uw koninkrijk koom’ toch, o Heer’;

ai, werp den troon des satans neer;

regeer ons door Uw Geest en Woord;

Uw lof word’ eens alom gehoord,

en d’ aarde met Uw vrees vervuld,

totdat G’ Uw Rijk volmaken zult.

 

4

Uw wil geschied’, Uw wil alleen,

als in den hemel, hier beneên;

Uw wil is altoos wijs en goed;

’t is majesteit al wat Gij doet;

dat ieder stil daarin berust’,

en Uw bevelen doe met lust.

 

5

Geef heden ons ons daag’lijks brood;

betoon Uw trouwe zorg in nood;

Gij weet, wat elk op aard’ behoev’;

dat ons dan geen gebrek bedroev’;

dat nooit Uw zegen van ons wijk’,

die maakt alleen ons blij en rijk.

 

6

Vergeef ons onze schulden, Heer’;

wij schonden al te snood Uw eer;

de boosheid kleeft ons altijd aan;

wie onzer zou voor U bestaan,

had Jezus niet voor ons geleên?

Wij schelden kwijt, wie ons misdeên.

 

7

Leid ons in geen verzoeking ooit;

verberg voor ons Uw aanzicht nooit;

Gij weet het, onze kracht is klein,

de driften veel, en ’t hart onrein;

wat wordt er van ons in dien staat,

o Vader, zo Gij ons verlaat?

 

8

Verlos ons uit des bozen macht;

bescherm, en sterk ons door Uw kracht;

wij zijn toch zwak, zijn sterkt’ is groot;

dus zijn w’ elk ogenblik in nood;

hier komt nog vlees en wereld bij;

ai, sterk ons dan, en maak ons vrij.

 

9

Want Uw is ’t koninkrijk, o Heer’,

Uw is de kracht, Uw is al d’ eer.

U, Die ons helpen wilt en kunt,

Die, in Uw Zoon, verhoring gunt,

Die door Uw Geest ons troost en leidt,

U zij de lof in eeuwigheid!

 

10

Ja, amen, trouwe Vader, ja;

wij maken staat op Uw genâ.

Ons hart, o God, Die alles ziet,

veroordeelt ons in ’t naad’ren niet;

het zegt, daar G’ op ons bidden let,

gelovig amen op ’t gebed.

 


 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Volledige liturgie met oefenmuziek voor de Pinksterdienst te Norg

PRGT510A.HAN-2vs1-6&JOH-14vs15-18&26=BONIFATIUS=Korte meditatie over Handelingen 2 vers 1-6 en Johannes 14 vers 15-18&26 ‘BONIFATIUS‘ te houden in NORG op zondag EERSTE PINKSTERDAG 24 mei 2026 om 14.30 uur.   LITURGIE NORG – ZANGDIENST - THEMA BONIFATIUS   INZINGEN   Psalm 133 vers 3 (OB) Waar liefde woont, gebiedt de HEER den zegen   Waar liefde woont, gebiedt de HEER den zegen: Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuwigheid.       Psalm 33 vers 1 (OB) Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,   Zingt vrolijk, heft de stem naar boven, Rechtvaardigen, verheft den HEER. Het past oprechten, God te loven; Zingt Zijnen groten naam ter eer. Prijst Hem in uw psalmen, Met de schoonste galmen; Roept Zijn weldaan uit; Laat de keel zich paren Met den klank der snaren; Looft Hem met de luit.       NLB 2013 670 vs 1,2 en 3 - (Veni Creator Spiri...

Oefenen liederen voor de Nieuwjaarsdienst

Uren, dagen, maanden, jaren, Vliegen als een schaduw heen. Ach wij vinden waar wij staren, Niets bestendigs hier beneên ! Op den weg, dien wij betreden, Staat geen voetstap, die beklijft. Al het heden wordt verleden, Schoon 't ons toegerekend blijft. Wat de toekomst brenge moge  Op U mijn Heiland blijf ik hopen        PSALM 46            God is een toevlucht voor de Zijnen, Hun sterkt', als zij door droefheid kwijnen; Zij werden steeds Zijn hulp gewaar, In zielsbenauwdheid, in gevaar; Dies zal geen vrees ons doen bezwijken, Schoon d' aard' uit hare plaats mocht wijken, Schoon 't hoogst gebergt', uit zijne stee, Verzet wierd in het hart der zee. Vers 6: De Heer', de God der legerscharen, Is met ons, hoedt ons in gevaren; De Heer', de God van Jakobs zaad, Is ons een burg, een toeverlaat.   Groot is uw trouw oh Heer     Oh Heiland open wijdt de poort       <       In Goede machten trouw e...

Koor MIN GHESELLEN strijkt begin oktober neer in Norg

MIN GHESELLEN (mijn gildebroeders) is een gemengd koor van 45 leden. Het koor oefent in de Remonstrantse Kerk in Nieuwkoop, gelegen in het “Groene Hart” van Nederland bij Leiden en Alphen aan den Rijn, en verleent als tegenprestatie daar haar medewerking aan diverse kerkdiensten. Het koor heeft 14 sopranen, 16 alten, 8 tenoren en 7 bassen. Het koor is opgericht in 2000. Hun vaste dirigent is de bekende dirigent en organist Simon Stelling. Het repertoire van Min Ghesellen is gevarieerd: – oude Franse, Engelse, Italiaanse en Spaanse liederen, Russische vespers. – diverse missen  van o.a. Mozart, St.Saëns, Fauré, Vivaldi, Buxtehude, Gounod, Mosoniji e.a. en – koninklijke muziek zoals Funeral Music of Queen Mary van Purcell.      Ieder jaar gaan ze op studiereis om eens een paar dagen stevig te repeteren en daar ter plaatse dan ook een optreden te verzorgen en bij een kerkdienst te zingen. De laatste jaren was dat vaak ergens in Duit...